Vertaling van "dwalend" naar de Duitse taal:


  Woordenboek Nederlands-Duits

Dwalend - vertaling :

  Voorbeelden (Externe bronnen, niet beoordeeld)

Jou dwalend gevonden en jou de weg gewezen?
und dich auf dem Irrweg gefunden und richtig geführt
Jou dwalend gevonden en jou de weg gewezen?
und dich irregehend gefunden und dann rechtgeleitet
Jou dwalend gevonden en jou de weg gewezen?
Und dich abgeirrt gefunden und rechtgeleitet,
Jou dwalend gevonden en jou de weg gewezen?
Und ER fand dich irrend, so leitete ER dich recht.
En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid.
und dich auf dem Irrweg gefunden und richtig geführt
En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid.
und dich irregehend gefunden und dann rechtgeleitet
En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid.
Und dich abgeirrt gefunden und rechtgeleitet,
En Hij heeft jou dwalend gevonden en jou geleid.
Und ER fand dich irrend, so leitete ER dich recht.
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij Voorwaar, zij zijn zeker dwalend.
und wenn sie sie sahen, sagten sie Das sind wahrlich Irrende
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij Voorwaar, zij zijn zeker dwalend.
Und, wenn sie sie sahen, sagten sie Diese gehen fürwahr in die Irre.
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij Voorwaar, zij zijn zeker dwalend.
Und, wenn sie sie sahen, sagten sie Diese da gehen in die Irre.
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij Voorwaar, zij zijn zeker dwalend.
Und als sie sie sahen, sagten sie Gewiß, diese sind doch Abirrende.
Zij zelden Onze Heer, wij zijn overwonnen door ons ongeluk en wij waren een dwalend volk.
Sie werden sagen Unser Herr, unsere Unseligkeit überkam uns, und wir waren ein irrendes Volk.
Zij zelden Onze Heer, wij zijn overwonnen door ons ongeluk en wij waren een dwalend volk.
Sie werden sagen Unser Herr, unser Unglück hat uns besiegt, und wir waren irregehende Leute.
Zij zelden Onze Heer, wij zijn overwonnen door ons ongeluk en wij waren een dwalend volk.
Sie sagen Unser Herr, unser Unglück hat uns besiegt, und wir waren abgeirrte Leute.
Zij zelden Onze Heer, wij zijn overwonnen door ons ongeluk en wij waren een dwalend volk.
Sie sagten Unser HERR! Unser Unglück hat uns überwältigt, und wir waren zweifelsohne abirrende Leute.